Hier zullen geregeld diverse
thema's en oefeningen besproken worden
die tijdens de yogacursussen of
thema- yogalessen behandeld worden.
![]() |
|
Scholing van de ademhaling |
![]() |
downloadversie | Verschillende vormen van concentratie |
![]() |
downloadversie | Betekenis van de spankracht van de wervelkolom |
![]() |
|
Nervositeit, onrust en vermoeidheid |
Een diepe en ontspannen ritmische ademhaling is van essentieel belang voor onze fysische gezondheid. We hebben een goede zuurstofverzorging nodig tot in iedere cel van het lichaam. De organen functioneren harmonischer door de diepe adem. Het spierweefsel blijft gezonder, elastischer en jonger door een goede zuurstofvoorziening. Zelfs de hersenen hebben voortdurend zuurstof nodig voor de denkprocessen.
Wanneer de adem diep en ontspannen stroomt bemerken we dat de levenskracht in ons toeneemt, terwijl wanneer er een te flauwe, oppervlakkige of gespannen adem zich voordoet onze levenskracht en vitaliteit wijkt. De levenskracht hangt samen met de kwaliteit van de ademhaling. Vandaar dat we bijvoorbeeld eens deugd hebben van wat te gaan sporten, flink te gaan stappen of algemeen van beweging. Men voelt zich hierdoor weer wat opgepept en verfrist.
Verder zullen we bemerken dat een vrije diepgaande adembeweging ook tot psychische ontspanning leidt en dit het zenuwstelsel ten goede komt. Stroomt de ademhaling diepgaand en vrij dan voelen we ons in de psyche wat vrijer en ruimer. Terwijl wanneer de ademhaling oppervlakkig stroomt we ons eerder eng, gespannen, overprikkeld of te zeer in onszelf verzonken voelen. We voelen ons eerder psychisch bedrukt. Wanneer we bijvoorbeeld zwaarmoedig zijn is de ademhaling overeenstemmend zwaarder en stroomt oppervlakkiger.
Yoga-oefeningen kunnen een goede ondersteuning bieden om tot een betere ademhaling te komen en hierdoor een heilzame invloed uitoefenen op ons lichaam en de psyche bewerkstelligen. Veel mensen leiden tegenwoordig aan een te flauwe, gespannen of oppervlakkige ademhaling. Het verbeteren van de ademhaling vergt naast een fysieke scholing ook een bewustzijnsscholing. Bij de yoga-praktijk komen beide aspecten ruimschoots aan bod.
Door de fysieke scholing of het praktiseren van yoga-oefeningen verbeteren we de lichaamshouding en ontwikkelen we de ademspieren. De lichaamshouding wordt stabieler en we zijn van binnenuit ontspannen opgericht. De ademspieren worden sterker en elastischer. Indien we een betere lichaamshouding ontwikkelen zullen we automatisch al tot een ruimere ademhaling komen. De kracht tot een ontspannen opgericht-zijn van de wervelkolom is hierbij van essentieel belang. Wanneer we ontspannen rechtop zitten creëren we meer ruimte voor de ademhaling. Ademscholing vereist dus meestal een actieve lichaamscholing.
De bewustzijnscholing is naast de fysieke scholing noodzakelijk om tot een ruime en vrije adembeweging te komen. Deze bewustzijnscholing kunnen we ons voorstellen als een soort training van het denken, voelen en de wil. Bij deze bewustzijnstraining is de concentratievorming van groot belang. Indien we door de oefeningen de kracht ontwikkelen tot een overzichtelijke en rustig beschouwelijke aandacht dan zullen we bemerken dat we de ademhaling goed en vrij kunnen toelaten. Indien we mentaal te gespannen of gefixeerd zijn in de concentratie wordt de adembeweging ruwer en gespannen. We moeten ons mentaal kunnen ontspannen willen we tot een ontspannen ademhaling komen. En vanuit deze ontspanning en rust tot een opmerkzaamheid weten te komen.
Verder is het van belang dat we niet gevoelsmatig te verzonken zijn in de concentratie. Dit bemerken we bij onszelf wanneer we het mentale overzicht en wakkerheid verliezen en te zeer subjectief naar binnen toe gericht zijn. Het zich gevoelsmatig geven en laten verzinken tijdens het oefenen werkt niet bevrijdend op de ademhaling. De adem wordt hierdoor namelijk eerder oppervlakkig en flauw.
Tijdens de oefeningen moeten we dus een verheven en rustig overzichtelijke opmerkzaamheid leren ontwikkelen willen we tot een vrijere ademhaling komen. Zodat we ons als het ware als een toeschouwer ervaren. De vrijere ademstroom die hieruit ontstaat werkt zeer heilzaam op het lichaam en het zenuwstelsel.
Om deze concentratie in de goede zin te ontwikkelen kan men op verschillende zaken letten tijdens het oefenen. Vooreerst is het goed actief en spankrachtig te oefenen zonder hierbij dwangmatig of te zeer prestatiegericht te werken. De natuurlijke lichamelijke activiteit werkt bevrijdend op de adembeweging. Verder zijn vastberadenheid, interesse en scheppende deelname zaken die bevrijdend werken op de psyche en de ademhaling. Want vastberadenheid, interesse en scheppende deelname zijn allemaal zaken die ons uit onszelf verheffen. Juist dit losmakingproces in de zin van ons uit onszelf verheffen is fundamenteel om tot een vrijere adem te komen. We zouden de kracht moeten kunnen ontwikkelen om ons uit onze gespannen, verwarde of zwaarmoedige psychische toestand te verheffen en tot een rustige en heldere opmerkzaamheid te komen.
Het observeren van de ademhaling in de oefening, zonder in te grijpen,
helpt ons verder in de concentratievorming en het losmakingproces. De adembeweging
is hierbij een innerlijk gebeuren en tegelijk een groter gebeuren. Heinz
Grill beschrijft in zijn boek ‘harmonie
in het ademen’, de ademhaling als een kosmisch ritme die ons doordringt
tot in onze diepste wezen. De ademhaling is kosmisch van natuur, het lichaam
zelf kan de ademhaling niet voortbrengen. Indien we vanuit dit bewustzijn
de ademhaling in zijn vrij verloop leren observeren zullen we bemerken
dat het bewustzijn zich verinnerlijkt, losmaakt en geheel natuurlijk tot
rust en ontspanning komt. Waardoor we dan wederom de ademhaling zachter,
lichter en diep ontspannen kunnen toelaten.
Verschillende vormen van concentratie
In ons alledaagse leven en vooral op het pad van de yoga en bewustzijnsvorming is concentratie iets van essentieel belang. Het leven verloopt aangenamer en gaat beter van de hand wanneer we geconcentreerd bij de zaken zijn die we verrichten, dan wanneer dit niet het geval is. Wanneer we voortdurend aan concentratiestoornissen leiden, kan dit zeer belastend en storend werken. Dit niet alleen voor onszelf maar verder ook voor de buitenwereld. Wanneer we verstrooid of verward zijn, niet bij de zaken kunnen blijven of wanneer we steeds dingen vergeten ervaren we dit als belastend en vervelend. Alles kost ook een grote inspanning, verloopt eerder disharmonisch en overprikkelt ons zenuwstelsel.
Concentratie begrijpen we in een eenvoudige zin als een aandachtig en opmerkzaam zijn, wat het ook grotendeels is. We zijn aandachtig bij ons werk, we lezen aandachtig deze tekst of luisteren aandachtig naar iemand of we doen onze yoga-oefeningen met volle aandacht. Dikwijls vertalen we het woord concentratie, met het tegenwoordig zijn of in het huidig ogenblik zijn. Dus niet met onze gedachten in het verleden of in de toekomst vertoeven.
Om het begrip concentratie ten volle te begrijpen en ook verschillende soorten van concentratie van elkaar te leren onderscheiden moeten we deze algemene beschrijving wat uitbreiden. Deze verdere beschrijving en onderscheiding zijn vooral zeer belangrijk voor een yoga-beoefenaar of voor iemand die algemeen meditatie of bewustzijnsoefeningen uitvoert.
In het begrip concentratie zit het woord centreren vervat. Wat een centreren wil zeggen van de aandacht op één zaak, object of gedachte. Hierbij gaan we met onze aandacht bij het essentiële komen en het niet essentiële afzonderen of er zo weinig mogelijk op in gaan. Slechts één zaak die we zelf kiezen verkrijgt onze bewuste opmerkzaamheid. Dus ook niet iets die vanzelf in onze zinnen komt en onze aandacht eventjes trekt. Hier kunnen we dus een soort van beheersing en controle in ontdekken. We gaan zelf onze aandacht richten op iets en de rest loslaten. Concentratie is aldus in een verdere context een losmakingsproces. We maken ons los van hetgeen ons momenteel bezig houdt of overstelpt en gaan onze aandacht op iets richten die voor ons momenteel van interesse is.
Deze losmaking waarbij we bij één zaak naar keuze komen kan nu op verschillende manieren gebeuren. Hierdoor kunnen we verschillende vormen van concentratie differentiëren die elk een andere uitwerking hebben en tot een andere ervaring of gewaarwording leiden. Naargelang ons bewustzijnsaanleg of weg die we begaan, zullen we één van deze vormen nastreven.
We kunnen van een wilsmatige concentratie, een gevoelsmatige en een beschouwelijk-mentale concentratie spreken. Wat wil zeggen we kunnen de concentratie vanuit onze wil aanzetten, vanuit het gevoel of vanuit het ik en het mentale. Bij de eerst vernoemde vorm, de wilsmatige concentratie, gaan we ons sterk focussen of richten op één punt. We worden één-punt gericht en zetten hierbij onze wil zeer sterk in. De concentratie wordt in deze zin iets strenger en voelt zich zeer gecentreerd maar verder ook eerder gefixeerd aan. Bij de tweede vorm, de gevoelsmatige concentratie, gaan we ons helemaal niet fixeren vanuit het denken en de wil, maar proberen meer gevoelsmatig één te worden of te versmelten met het object. We laten alles van ons afglijden, iedere wilsinspanning en alle gedachten, en proberen volledig op te gaan in het object of de beweging die we uitvoeren. We verzinken hierdoor wat in onszelf en ervaren geen problemen meer met storende gedachten en een gespannen wil. De derde vorm, die ik hier de beschouwelijk-mentale concentratie noem, is nog eens anders en wellicht minder gekend. Bij deze vorm proberen we ons vooreerst los te koppelen van de momentane gedachten, gevoelens en wilsinspanningen, door er als een toeschouwer naar te kijken. We stijgen als het waren vooreerst uit onszelf en proberen een overzicht te verkrijgen. We maken ons los door getuige te worden tegenover wat er zich in de psyche afspeelt. Pas dan gaan we tot de eigenlijke eigenlijke concentratie over. Of anders gezegd wordt een ontspannen concentratie vanuit een overzicht en heldere beschouwelijkheid pas mogelijk. We ervaren ons hierdoor in een groter overzicht, wijdte en helderheid. En ervaren onszelf in een subject-object relatie, wat wil zeggen we ervaren onszelf los van het concentratie-object als toeschouwer.
Bij deze drie beschreven vormen van concentratie bevinden we ons telkens in losmakingsproces, in de zin dat we bij het essentiële komen en het niet essentiële loslaten. Alleen gaan we deze losmaking anders gaan bewerkstelligen. In de eerste vorm door onze zeer sterk te focussen, in de tweede vorm door ons gevoelsmatig te laten opgaan in iets en de rest als het ware van ons af te laten glijden. Bij de derde vorm door ons te verheffen uit onszelf en dan onze aandacht te richten vanuit een levendige voorstelling.
Aan de hand van een oefeningen wil ik de verschillen en hun uitwerking wat verduidelijken:
De oefening heet de cirkel van het hart:
Voor deze oefening gaat men in lotuszit, kleermakerzit of in de hielzithouding
zitten. Belangrijk is dat je gemakkelijk zit en de rug goed opgericht is
vanuit de onder- en de middenromp. De borstkas mag zich niet ingezakt aanvoelen
maar zacht opgericht en geopend.
Dan brengen we de vingertoppen tegen elkaar knap boven het hoofd, de
ellebogen wijzen naar buiten toe. We vormen dan een cirkel met de handen
voor ons, tasten langs de ronding van de cirkel naar omlaag tot we uiteindelijk
beneden komen met de handen en de cirkel in de handpalmen dragen. Dan glijden
we weer langs de ronding van de cirkel naar omhoog tot de vingers weer
elkaar raken boven het hoofd, en zo verder. Als de cirkel mettertijd door
de herhaling ruimer wordt dan laten we dit toe.
Praktiseer nu eens de oefening voor u verder leest. Dan kunt uzelf beter herkennen in één van de volgende beschrijvingen omtrent concentratie.
Bij de eerste vorm van concentratie, de wilsmatige gaan we hierbij
als volgt te werk:
We zullen bij de wilsmatige vorm de beweging zeer traag uitvoeren en
deze meer vanuit de wil en het denken zeer sterk sturen. We brengen als
het ware het denken in de beweging. Zodat we de beweging, hier de cirkel,
zeer zorgvuldig en gecontroleerd uitvoeren. De herhaling kost meestal enige
inspanning gezien we ons uitermate focussen of zelf fixeren.
De uitwerking is enerzijds een enorme gebalde centrering, maar tegelijk
een aanspanning.
Het zenuwstelsel, het bewustzijn, de huid en de ademhaling voelen zich
gespannen aan. We voelen een zeer gebald bewustzijn en een zekere gevoelsleegte.
We hebben zeker geen ontspannen en innig voelen na de oefening.
Wanneer we alle bewegingen die we uitvoeren op deze manier zouden controleren
en sturen, dan zouden we volledig uitgeput en uitgeteerd zijn tegen het
einde van de dag. We zouden het zelf helemaal niet zo lang uithouden.
Bij de tweede vorm van concentratie, de gevoelsmatige gaan we
anders te werk:
Hierbij zullen we ook de beweging langzaam uitvoeren, maar ons er niet
op fixeren. We laten ons eerder gevoelsmatig opgaan in de mooie aangename
ronde beweging. We laten ons in de cirkel verzinken of worden meer gevoelsmatig
één met de cirkel. We verliezen hierbij gedurende de oefening
het heldere overzicht en de wakkerheid, want we zijn wat in onszelf verzonken.
We komen precies eventjes in een andere meer innerlijke wereld terecht.
We verliezen verder onszelf hierbij, daar we ons aan de beweging overgeven
en ermee gevoelsmatig versmelten.
Na deze uitvoering, die zich wel meestal gevoelsmatig aangenaam aanvoelt,
zijn we meer in onszelf verzonken of zelf in onszelf in de gevoelens ingekapseld.
We ervaren minder een helderheid, openheid en overzicht vanuit het hoofd.
Het bewustzijn wordt niet echt als wijd en vrij ervaren, maar eerder introvert,
omhuld en verzonken in onze eigen subjectieve gevoelswereld. De ademhaling
stroomt eerder oppervlakkig, langzaam en flauw.
De derde vorm van concentratie, de mentaal-beschouwelijke, ziet
er als volgt uit:
We proberen ons eerst wat vrij te maken van de momentane gedachten
en gevoelens, en komen bijvoorbeeld vooreerst met onze aandacht bij het
opgerichte lichaam of de rug in de zithouding en de vrije stroom van de
ademhaling. We proberen een bewustzijn voor het hier en nu te creëren
en in een niet gefixeerde en niet verzonken beschouwelijkheid te komen
tegenover het goed opgerichte lichaam en de vrije ademstroom. Of verder
ook tegenover de verschillende psychische opwellingen. We laten de ogen
hierbij het best geopend, dan verzinken we minder en drijven niet zo vlug
weg. Na enkele ogenblikken van observatie of wanneer we zeer gespannen
of psychisch bedrukt en dus niet helder zijn, zelfs na enkele minuten,
beginnen we aan de eigenlijk oefening.
We stellen ons vooreest vanuit het mentale bewustzijn een cirkel voor.
De voorstelling zou helder, ongecompliceerd en ontspannen moeten gebeuren.
We laten de ogen best gedurende de oefening nog steeds geopend. Vanuit
de voorstelling laten we dan uiteindelijk de cirkel ontstaan. Strijken
telkenmale langs de cirkel met een vloeiende en lichte beweging omlaag
en weer omhoog. We laten meer en meer de beweging vanuit deze ontspannen
en vrije voorstelling werkelijk ontstaan. Zodat we de gedachte-voorstelling
als de scheppende vormende kracht ervaren die de cirkel meer en meer
laat ontstaan.
We ervaren dan met iedere beweging een wijder en ruimer worden van
het bewustzijn. We komen bij deze vorm van concentratie uit ons eigen wereld
en ervaren meer en meer openheid en wijdte in onszelf, alsook tegenover
de buitenwereld. Het bewustzijn verheft zich, wordt vrij, wijd en zeer
helder wakker. Het bewustzijn voelt zich als een wijde ruimte aan, waarin
we rustig en helder de voorstelling vormen. Het hart opent zich en we bemerken
dat een innige, rustige en wijde gewaarwording ontstaat. We ervaren ons
ook als toeschouwer of getuige in een subject-object ervaring. We ervaren
onszelf tegenover de cirkel. De adem stroomt diep ontspannen en vrijer.
Naargelang wat we willen bereiken kunnen we de concentratie individueel
anders aanzetten. In de yoga uit de reinheid van de ziel van Heinz Grill
wordt de derde vorm beoefend, waarbij we vanuit het ik een gedachtevoorstelling
of beschouwelijkheid ontwikkelt. Het is een vorm van concentratie waardoor
men meer sterkte, scheppend vermogen en stabiliteit in de persoonlijkheid
ontwikkelt. Waardoor men verder verrijkend en objectiverend werkt op het
denken en gewaarworden.
Betekenis van de spankracht
van de wervelkolom
Yoga-oefeningen hebben algemeen een zeer heilzame uitwerking op de rug. Ze bevorderen de stevigheid, soepelheid en spankracht van de wervelkolom. De wervelkolom is onderhevig aan slijtage- en verhardingsprocessen. De wervelkolom wordt over de jaren heen dus meestal alsmaar vaster en harder. Ze verliest hierdoor haar natuurlijke beweeglijkheid en elasticiteit. Yoga-oefeningen vormen tegenover deze verouderingsprocessen een heilzame compensatie. Door deze oefeningen kunnen we terecht zeggen dat we verjongende invloed uitoefenen op het lichaam en de rug. Het soepel en beweeglijk houden van de rug houdt de slijtage- en verhardingsprocessen op, en heeft tevens een zeer positieve opwekkende invloed op het gehele organisme. Wanneer de wervelkolom te veel blokkades en zwakke plaatsen vertoont, verhindert dit de natuurlijke doorstroming van de levensenergie, prana. De inwendige organen staan namelijk met de wervelkolom en deze energiestroom in verbinding. Zo staan bijvoorbeeld vele rugklachten met een disharmonisch werkende organen in verbinding. De organen lijden onder de gestagneerde en geblokkeerde doorstroming van prana aan de wervelkolom. Door de verschillende wervelkolomdynamische yoga-oefeningen worden de organen weer met frisse energie verzorgd en hun functie gesterkt. Verder kan ook de ademhaling dieper, zachter en meer ontspannen stromen wanneer de rug ontspannen, van binnenuit mooi opgericht is en de rug dus niet teveel spanningen, blokkades en krommingen bezit.
Bij de yoga-oefeningen en algemeen bij bewegingsoefeningen is het belangrijk een juiste spanningsverhouding te leren ontwikkelen. Normaal gezien spannen we de rug altijd verkeerd aan wanneer we bewegingsoefeningen uitvoeren. We spannen ons sterk aan in de bovenromp met de schouders en de nek, en vinden de oprichtkracht en dynamiek niet vanuit het middenromp gebied. De middenromp is namelijk het gebied die verantwoordelijk is voor de oprichting en doorstrekking van de rug. Door deze ongunstige spanningsverhouding bij het bewegen en doorstrekken van de rug brengen we verder een spanning teweeg in de ademstroom, het hoofd en het zenuwstelsel.
We zouden een bewustzijn en gewaarworden voor de middenromp moet ontplooien en de kracht moeten ontplooien om ons vanuit de middenromp op te richten en in een dynamische beweging of strekking te begeven. Indien we dit vermogen langzamerhand ontwikkelen, kunnen we meer van binnenuit de bewegingen uitvoeren en hierbij het hoofd vrij houden en de ademhaling soepel toelaten. Hierdoor worden de bewegingen dus niet alleen fysiologisch beter, maar zullen ze ook een innerlijk beleven van vreugde, wijdte en lichtheid in het gemoed teweegbrengen.
Eigenlijk zouden we kunnen spreken van een uiterlijke dynamiek en innerlijke dynamiek. Een uiterlijke dynamische beweging gebeurt meer vanuit een uiterlijke puur fysieke spierkracht of vanuit een vitale wilskracht. Een innerlijke dynamiek komt niet zozeer vanuit deze uiterlijke spierkracht, maar ontstaat veelmeer van binnenuit. We zouden kunnen zeggen vanuit een meer innerlijke wilskracht. Het uiterlijke dynamisch omgaan met yogahoudingen en bewegingen komt meer dwangmatiger, prestatiegericht en misschien soms wel imposanter over, maar vertoont tevens een grote hardheid, aanspanning en onnatuurlijkheid. Het lichaam treedt meer op de voorgrond, maar tegelijk is het bewustzijn sterk lichaamsgebonden en het innerlijk beleven hierdoor ingesnoerd. Daartegenover roept een beweging vanuit een innerlijke dynamiek uitgevoerd meer het beeld op van lichtheid, esthetiek en bekoorlijkheid bij de toeschouwer. Hierbij worden de bewegingen soepel, natuurlijk, ontspannen en dynamisch van binnenuit gevormd. Het lichaam treedt meer op de achtergrond en het bewustzijn verheft zich, waardoor het als veel vrijer en wijder ervaren wordt. De innerlijke ervaring die hierbij opgedaan wordt heeft een veel ruimer en vrijer karakter.
De capaciteit om een dynamiek vanuit de middenromp te ontwikkelen en hierbij de bovenromp en het hoofd vrij te houden vergt van ons meestal maanden en zelfs jarenlang herhaaldelijk oefenen. Maar niet alleen het oefenen is noodzakelijk, verder moeten we ons een bewustzijn en gewaarworden eigen maken omtrent de spankracht van de wervelkolom en een inzicht verkrijgen omtrent de zielsgeestelijke samenhangen en de betekenis van de spankracht in het leven. Uiterlijk oefenen alleen is hier dus onvoldoende om tot goede vruchten te komen.
We zullen bijvoorbeeld ontdekken wanneer we ons met de spankracht van de rug bezighouden, dat deze het best lukt vanuit een wijd ontspannen denken. Indien we teveel in gedachten gefixeerd of verzonken zijn wordt de toegang tot de middenromp bezwaard. Het gefixeerde of gespannen denken brengt een fixatie in de beweging. Vooral de bovenromp spant zich aan en de rug voelt zich al geheel stijf of hard aan. Het meer verzonken, ijle of droomachtige denken brengt meer een gevoel van loomheid of zwakte in de wervelkolom teweeg. We vinden niet echt de toegang tot de oprichting van de rug en dynamische doorstrekkingen. De rug voelt zich meer aan als een pudding die ineen valt. Vanuit een wijd, ontspannen en geconcentreerd denken en een beschouwelijk overzicht vinden we beter de toegang tot de middenromp en de innerlijke dynamiek van de rug. En kunnen we de bovenromp ontspannen terwijl we dynamisch werken.
De spankracht van de wervelkolom staat met het derde energetische centrum of het zogenaamde manipura chakra in verbinding. En getuigt van een bepaalde capaciteit in de persoonlijkheid. Het derde chakra kunnen we als het centrum van de wijdte, onafhankelijkheid en eigen scheppende activiteit in de persoonlijkheid omschrijven. Het derde chakra hangt met de wervelkolom samen en is vooral verantwoordelijk voor de oprichtkracht en eigen-dynamiek van de rug. De kracht om de wervelkolom harmonisch op te richten, en algemeen de verticale oprichting van de rug heeft ons een gevoel van zelfvertrouwen en zelfbewustzijn.
Dit manipura chakra wordt aangelegd in de derde levensperiode van zeven jaar, dus de periode van 14 tot 21 jaar. Het vuur in de eigen persoonlijkheid ontwaakt met het aanbreken van de puberteit of geslachtsrijpheid. Hier streeft de puber naar onafhankelijkheid, zelfstandigheid, eigen activiteit en wijdte. Hij wil los komen van zijn ouders en zijn eigen persoonlijkheid en diens grenzen beleven. Hij wil zijn eigen oordeel en mening beginnen vormen. Dit is meestal een zeer turbulente, maar toch noodzakelijke levensfase, waar de mens vooreerst soms nog onbeholpen naar zijn eigen identiteit zoekt. De persoonlijkheid bouwt zich op deze levensfase verder op.
Heinz Grill beschrijft in zijn boek “Harmonie in het ademen” de spankracht
als volgt. ‘Spankracht betekent in lichamelijk opzicht stabiliteit en flexibiliteit.
In zielsgeestelijk opzicht wordt daarmee de bekwaamheid beschreven om op
de eisen van het leven met eigen inzet te reageren’(pag. 63, eerste alinea).
De laatste zin omschrijft de samenhang van de spankracht tot het leven
in de vorm van een imaginatie of geestelijke wetmatigheid. We kunnen hierover
nadenken en verzoeken deze samenhang zelfstandig te begrijpen. Wat betekent
deze bekwaamheid om met eigen inzet op de eisen van het leven te reageren
en hoe staat dit met de spankracht of innerlijke dynamiek van de wervelkolom
in verbinding? Het valt ons vooreerst wellicht hierbij op dat er zeer nadrukkelijk
staat ‘met eigen inzet’. Dus vanuit onszelf of we zouden het anders kunnen
formuleren: onafhankelijk van zaken waarop we steunen. Dan moeten we ons
de vraag stellen waarop steunen en berusten we, opdat we niet vanuit onszelf,
vanuit een eigen scheppend-actieve inborst in het leven staan? Hier zullen
we tal van materiële en immateriële zaken ontdekken waarop we
steunen en waaraan we gebonden zijn, zodat we niet vrij van binnenuit onze
rug oprichten en van binnenuit vanuit, vanuit onszelf, ons eigen ik en
onze bewustzijnscapaciteit op het leven reageren. De dingen waaraan we
vasthouden en ons afhankelijk van maken zijn bijvoorbeeld materieel bezit.
Maar ook bepaalde personen, een bepaalde groep of een leraar. Het kan ook
iets immaterieel zijn zoals het verkrijgen van aanzien, sympathie en affirmatie
van bepaalde mensen. Of bepaalde geloofsvoorstellingen en dogma’s, en bepaalde
levenstheorieën en ideologieën waaraan we ons krampachtig vasthouden,
etc.. De zaken waarop we in het verborgen steunen of afhankelijk van zijn
worden we meestal het best bewust wanneer ze plotseling wegvallen. Dan
zien we dat onze rug symbolisch ineenzak net of dat er een steunpilaar
in ons leven zou wegvallen. We zakken ineen in de zin dat we bijvoorbeeld
in een depressie komen of dat de grond precies eventjes van onder ons voeten
verdwijnt.
Nervositeit, onrust en vermoeidheid
Als er nu iets is waar vrijwel iedereen nood aan heeft in onze huidige tijd is het wel momenten van ontspanning en het vinden van een heilzame rust en regeneratie. Wie lijdt er nu niet aan nervositeit, is niet eens overspannen, voelt zich gestresseerd, of kampt met slaapproblemen en met verschillende psychische belastingen en levenszorgen, waardoor men langzaam de vrolijke positieve levenzin verliest.
Spanning en ontspanning, vermoeidheid en regeneratie zijn zaken die zich in het leven steeds afwisselen. We kunnen ons geen leven voorstellen waar we niet eens onder spanning staan of onze krachten niet eens uitgeput zijn. Wanneer dit in een natuurlijk wisselspel gebeurt en niet van het ene extreem in het andere steeds overgaat is dit iets normaal en gezond. Maar we zien het tegenovergestelde de spanningen hopen alsmaar op en we vinden geen natuurlijke regeneratie meer en geraken op die manier in een vicieuze cirkel. We gaan dan soms extreme en onnatuurlijke middelen gaan aanwenden om terug het leven in harmonie te krijgen. We grijpen bijvoorbeeld naar medicijnen, kalmeringsmiddelen, slaapmiddelen, oppeppings-middelen, etc.
We zouden ons hier eigenlijk de vraag kunnen stellen, waarom juist spanning, nervositeit, onrust en vermoeidheid een kind van deze tijd zijn. Hadden de mensen vroeger voor honderd of tweehonderd jaren daar niet zozeer met te kampen? Ze werkten toch hard. Hun werk was zelf harder want ze beschikten nog niet over de tegenwoordige technische middelen. Ze klopten nog meer uren dan wij dit doen. Tegenwoordig schreeuwt men naar minder uren, en moet men minder lichamelijke inspanning leveren en toch voelen we ons overspannen, nerveus, overprikkeld, humeurig en uitgeteerd. Een op het eerste zicht toch eigenaardige paradoxale toestand.
Vanuit de geest van de yoga kan men hier een en ander aanvoeren ter opheldering. We kunnen ons de vraag stellen wanneer voelen we ons eigenlijk ontspannen en tevreden, en hoe vinden we een heilzame rust en regeneratie, Hier zullen we wellicht vlug antwoorden: ‘we voelen ons toch ontspannen en regenereren wanneer we ’s avonds lekker knus en gezapig in onze zetel voor de televisie hangen’. ‘Of wanneer we naar de sauna gaan en ons laten verwennen door een heerlijke massage.’ Meestal sommen we hier zaken op waar we niet veel hoeven te doen op mentaal en lichamelijk vlak. Sommige sportievelingen zullen hier wellicht de vraag anders beantwoorden en zeggen wanneer we ons bewegen, sporten, een fietstocht of wandeling ondernemen.
Beweging is uiteraard een gezonde activiteit die ons tot meer ontspanning en regeneratie kan brengen. Dit vooral wanneer het op een recreatieve speelse manier mag gebeuren en niet te sterk in het kader van prestatiedrang afgedwongen wordt. De beweging is vaak een goede compensatie van veel zittend en mentaal werk. Door gezonde beweging pulseert het bloed weer eens sterker door de aderen, worden afvalstoffen beter afgevoerd, worden de inwendige organen gestimuleerd, het opbouwende metabolisme verbeterd, en voorts de zuurstofvoorziening en de doorbloeding bevorderd. De lichamelijke spanningen en opstuwingen in het lichaam, die met onze psychische spanningen nauw in verbinding staan, worden wat opgelost. We voelen ons hierdoor weer opgebeurd, opgeladen en ontspannen.
Beweging in open lucht is hier soms heilzamer dan sporten die in zalen gebeuren onder artificiële omstandigheden, met onnatuurlijke apparatuur en vaak nog met opzwepende muziek. Wie kan er echter nog genieten van gezonde buitenlucht, moeder natuur, het krieken van de morgenstond, het vallen van het avondlicht en een vrolijk lied van een vogel in het stuikgewas? Het zijn soms kleine dingen die grote wonderen kunnen doen.
Wanneer we de opgesomde zaken zover eens beschouwen, is een lichamelijke activiteit meestal heilzaam. Door beweging maken we spanningen vrij. Alleen door passieve zaken zoals op ons gemak tv kijken vinden we eigenlijk geen echte rust, ontspanning en regeneratie. Alhoewel ik niets wil inbrengen tegen een avondje tv moeten we ons van het feit bewust worden dat het om een eerder passief tijdverdrijf gaat en de tv-beelden ons overprikkelen in het zenuwstelsel. Deze meestal vliegensvlugge beelden en vaak overdreven opgehitste scènes en klanken werken verstorend op het zenuwstelsel en teren onze levenskrachten uit in plaats van ze op te bouwen. Dit bemerk je bijvoorbeeld aan onze lichaamshouding die altijd meer inzakt voor het beeldscherm. Maar ook zelf de meer rustige scènes werken niet echt positief in op ons zenuwstelsel. Daarom is het goed de tijd voor de tv te leren begrenzen, dit geldt vooral en nog meer voor kinderen, die nog veel sensibelder reageren op zenuwbelastigen dan de volwassene. Bij kinderen veroorzaakt televisie graag futloosheid of anders hyperactiviteit en onrust. Het rooft hen van een gezonde scheppende denk- en wilskracht voor later.
Vanuit de zienswijze van de yoga bekeken kunnen we hier echter nog een stapje verder gaan en aanvoeren dat niet alleen de gezonde lichamelijke activiteit of beweging, maar ook de gezonde bewustzijnsactiviteit bijdraagt tot meer ontspanning, rust en psychisch evenwicht. Tegenwoordig leven we in een tijd en cultuur waarin we onder niets meer lijden dan vervreemding, onbetrokkenheid, passiviteit en oppervlakkigheid in het bewustzijn. En juist daarin leeft er o.a. een zekere oorzaak van de huidige nervositeit en vermoeidheid.
Laten we dit nu eens nader bekijken opdat we dit in de juiste context kunnen vatten. Vroeger moest de mens nog onder natuurlijker omstandigheden zijn dagelijks werk volbrengen, hij moest lichamelijk harder werken, maar ook met veel meer eigen bewustzijn en scheppende denkkracht doordringen in de zaken. Hierdoor kon hij zich beter met de materie of de zaak verbinden. In een ambacht moest men bijvoorbeeld niet alleen maar meer lichamelijk werk opbrengen maar ook meer scheppend denkwerk, gezien men niet over de nodige technische hulpmiddelen beschikte, zoals computer gestuurde machines, die nu voor je denken en handelen. Hij drong dus lichamelijk en bewustzijnsmatig meer door tot hetgeen hij deed, was er anders bij betrokken en kon zich hierdoor beter met de zaken verbinden. Deze vorm van bewustzijnsactiviteit en actieve betrokkenheid ontgaat ons meestal. We willen en kunnen ze zelfs soms niet meer echt opbrengen.
Dit is nadelig voor onze gezondheid en ons zenuwstelsel. Want juist een gezonde, scheppende of creatieve bewustzijnsactiviteit kunnen we ook een vorm van beweging noemen die ons verkwikt, het bloed en de adem beter doet stromen, de organen heilzaam beïnvloedt en het zenuwstelsel ordent en ontspant. We zullen bijvoorbeeld ontdekken dat wanneer we met interesse en actieve deelname met iets bezig zijn we ons beter voelen, dan dat we halfbewust of gedesinteresseerd en in onze eigen wereld van zorgen en gevoelens verzonken onze dagdagelijkse activiteiten eerder ondergaan. Door de actieve betrokkenheid en bewuste geïnteresseerde deelname kunnen we ons beter verbinden en zijn we levendiger. De adem wordt hierdoor levendiger en voller, de bloedsomloop wordt opgewekt, de innerlijke organen verlevendigt, en verder stijgt ook de levenskracht en levensvreugde. Kortom het leven begint te bruisen in ons door de levendigheid die we psychisch aan de dag leggen. Indien we in onszelf verzonken, ongeïnteresseerd of enkel puur intellectueel abstract bezig zijn dan wordt de ademhaling oppervlakkiger of gespannen, stagneren de inwendige organen, worden we nerveus en overprikkeld, wordt de levenskracht afgebroken en worden we zelfs levensmoe. We bemerken meestal dat personen die ten volle op een natuurlijke manier levendig in het leven staan, actief deel nemen met gans hun wezen, er meestal gezonder er aan toe zijn.
We kunnen dus beknopt samenvatten dat gezonde beweging en activiteit
op lichamelijk en op bewustzijnsvlak een sleutel vormen voor de symptomen
van onze tijd, zoals nervositeit, overspanning, levensmoeheid en vermoeidheid.
De yoga-oefeningen kunnen in dit kader een leerschool en hulp bieden. De
oefeningen leiden tot rust, ontspanning en regeneratie daar er zowel lichamelijk,
alsook bewustzijnsmatig op een gezonde actieve manier wordt gewerkt. Maar
verder leert men vooral ook door de yoga-oefeningen met meer bewustzijn,
betrokkenheid en scheppende deelname met de zaken van het leven om te gaan.
Als er nu iets is waar vrijwel iedereen nood aan heeft in onze huidige tijd is het wel momenten van ontspanning en het vinden van een heilzame rust en regeneratie. Wie lijdt er nu niet aan nervositeit, is niet eens overspannen, voelt zich gestresseerd, of kampt met slaapproblemen en met verschillende psychische belastingen en levenszorgen, waardoor men langzaam de vrolijke positieve levenzin verliest.
Spanning en ontspanning, vermoeidheid en regeneratie zijn zaken die zich in het leven steeds afwisselen. We kunnen ons geen leven voorstellen waar we niet eens onder spanning staan of onze krachten niet eens uitgeput zijn. Wanneer dit in een natuurlijk wisselspel gebeurt en niet van het ene extreem in het andere steeds overgaat is dit iets normaal en gezond. Maar we zien het tegenovergestelde de spanningen hopen alsmaar op en we vinden geen natuurlijke regeneratie meer en geraken op die manier in een vicieuze cirkel. We gaan dan soms extreme en onnatuurlijke middelen gaan aanwenden om terug het leven in harmonie te krijgen. We grijpen bijvoorbeeld naar medicijnen, kalmeringsmiddelen, slaapmiddelen, oppeppings-middelen, etc.
We zouden ons hier eigenlijk de vraag kunnen stellen, waarom juist spanning, nervositeit, onrust en vermoeidheid een kind van deze tijd zijn. Hadden de mensen vroeger voor honderd of tweehonderd jaren daar niet zozeer met te kampen? Ze werkten toch hard. Hun werk was zelf harder want ze beschikten nog niet over de tegenwoordige technische middelen. Ze klopten nog meer uren dan wij dit doen. Tegenwoordig schreeuwt men naar minder uren, en moet men minder lichamelijke inspanning leveren en toch voelen we ons overspannen, nerveus, overprikkeld, humeurig en uitgeteerd. Een op het eerste zicht toch eigenaardige paradoxale toestand.
Vanuit de geest van de yoga kan men hier een en ander aanvoeren ter opheldering. We kunnen ons de vraag stellen wanneer voelen we ons eigenlijk ontspannen en tevreden, en hoe vinden we een heilzame rust en regeneratie, Hier zullen we wellicht vlug antwoorden: ‘we voelen ons toch ontspannen en regenereren wanneer we ’s avonds lekker knus en gezapig in onze zetel voor de televisie hangen’. ‘Of wanneer we naar de sauna gaan en ons laten verwennen door een heerlijke massage.’ Meestal sommen we hier zaken op waar we niet veel hoeven te doen op mentaal en lichamelijk vlak. Sommige sportievelingen zullen hier wellicht de vraag anders beantwoorden en zeggen wanneer we ons bewegen, sporten, een fietstocht of wandeling ondernemen.
Beweging is uiteraard een gezonde activiteit die ons tot meer ontspanning en regeneratie kan brengen. Dit vooral wanneer het op een recreatieve speelse manier mag gebeuren en niet te sterk in het kader van prestatiedrang afgedwongen wordt. De beweging is vaak een goede compensatie van veel zittend en mentaal werk. Door gezonde beweging pulseert het bloed weer eens sterker door de aderen, worden afvalstoffen beter afgevoerd, worden de inwendige organen gestimuleerd, het opbouwende metabolisme verbeterd, en voorts de zuurstofvoorziening en de doorbloeding bevorderd. De lichamelijke spanningen en opstuwingen in het lichaam, die met onze psychische spanningen nauw in verbinding staan, worden wat opgelost. We voelen ons hierdoor weer opgebeurd, opgeladen en ontspannen.
Beweging in open lucht is hier soms heilzamer dan sporten die in zalen gebeuren onder artificiële omstandigheden, met onnatuurlijke apparatuur en vaak nog met opzwepende muziek. Wie kan er echter nog genieten van gezonde buitenlucht, moeder natuur, het krieken van de morgenstond, het vallen van het avondlicht en een vrolijk lied van een vogel in het stuikgewas? Het zijn soms kleine dingen die grote wonderen kunnen doen.
Wanneer we de opgesomde zaken zover eens beschouwen, is een lichamelijke activiteit meestal heilzaam. Door beweging maken we spanningen vrij. Alleen door passieve zaken zoals op ons gemak tv kijken vinden we eigenlijk geen echte rust, ontspanning en regeneratie. Alhoewel ik niets wil inbrengen tegen een avondje tv moeten we ons van het feit bewust worden dat het om een eerder passief tijdverdrijf gaat en de tv-beelden ons overprikkelen in het zenuwstelsel. Deze meestal vliegensvlugge beelden en vaak overdreven opgehitste scènes en klanken werken verstorend op het zenuwstelsel en teren onze levenskrachten uit in plaats van ze op te bouwen. Dit bemerk je bijvoorbeeld aan onze lichaamshouding die altijd meer inzakt voor het beeldscherm. Maar ook zelf de meer rustige scènes werken niet echt positief in op ons zenuwstelsel. Daarom is het goed de tijd voor de tv te leren begrenzen, dit geldt vooral en nog meer voor kinderen, die nog veel sensibelder reageren op zenuwbelastigen dan de volwassene. Bij kinderen veroorzaakt televisie graag futloosheid of anders hyperactiviteit en onrust. Het rooft hen van een gezonde scheppende denk- en wilskracht voor later.
Vanuit de zienswijze van de yoga bekeken kunnen we hier echter nog een stapje verder gaan en aanvoeren dat niet alleen de gezonde lichamelijke activiteit of beweging, maar ook de gezonde bewustzijnsactiviteit bijdraagt tot meer ontspanning, rust en psychisch evenwicht. Tegenwoordig leven we in een tijd en cultuur waarin we onder niets meer lijden dan vervreemding, onbetrokkenheid, passiviteit en oppervlakkigheid in het bewustzijn. En juist daarin leeft er o.a. een zekere oorzaak van de huidige nervositeit en vermoeidheid.
Laten we dit nu eens nader bekijken opdat we dit in de juiste context kunnen vatten. Vroeger moest de mens nog onder natuurlijker omstandigheden zijn dagelijks werk volbrengen, hij moest lichamelijk harder werken, maar ook met veel meer eigen bewustzijn en scheppende denkkracht doordringen in de zaken. Hierdoor kon hij zich beter met de materie of de zaak verbinden. In een ambacht moest men bijvoorbeeld niet alleen maar meer lichamelijk werk opbrengen maar ook meer scheppend denkwerk, gezien men niet over de nodige technische hulpmiddelen beschikte, zoals computer gestuurde machines, die nu voor je denken en handelen. Hij drong dus lichamelijk en bewustzijnsmatig meer door tot hetgeen hij deed, was er anders bij betrokken en kon zich hierdoor beter met de zaken verbinden. Deze vorm van bewustzijnsactiviteit en actieve betrokkenheid ontgaat ons meestal. We willen en kunnen ze zelfs soms niet meer echt opbrengen.
Dit is nadelig voor onze gezondheid en ons zenuwstelsel. Want juist een gezonde, scheppende of creatieve bewustzijnsactiviteit kunnen we ook een vorm van beweging noemen die ons verkwikt, het bloed en de adem beter doet stromen, de organen heilzaam beïnvloedt en het zenuwstelsel ordent en ontspant. We zullen bijvoorbeeld ontdekken dat wanneer we met interesse en actieve deelname met iets bezig zijn we ons beter voelen, dan dat we halfbewust of gedesinteresseerd en in onze eigen wereld van zorgen en gevoelens verzonken onze dagdagelijkse activiteiten eerder ondergaan. Door de actieve betrokkenheid en bewuste geïnteresseerde deelname kunnen we ons beter verbinden en zijn we levendiger. De adem wordt hierdoor levendiger en voller, de bloedsomloop wordt opgewekt, de innerlijke organen verlevendigt, en verder stijgt ook de levenskracht en levensvreugde. Kortom het leven begint te bruisen in ons door de levendigheid die we psychisch aan de dag leggen. Indien we in onszelf verzonken, ongeïnteresseerd of enkel puur intellectueel abstract bezig zijn dan wordt de ademhaling oppervlakkiger of gespannen, stagneren de inwendige organen, worden we nerveus en overprikkeld, wordt de levenskracht afgebroken en worden we zelfs levensmoe. We bemerken meestal dat personen die ten volle op een natuurlijke manier levendig in het leven staan, actief deel nemen met gans hun wezen, er meestal gezonder er aan toe zijn.
We kunnen dus beknopt samenvatten dat gezonde beweging en activiteit
op lichamelijk en op bewustzijnsvlak een sleutel vormen voor de symptomen
van onze tijd, zoals nervositeit, overspanning, levensmoeheid en vermoeidheid.
De yoga-oefeningen kunnen in dit kader een leerschool en hulp bieden. De
oefeningen leiden tot rust, ontspanning en regeneratie daar er zowel lichamelijk,
alsook bewustzijnsmatig op een gezonde actieve manier wordt gewerkt. Maar
verder leert men vooral ook door de yoga-oefeningen met meer bewustzijn,
betrokkenheid en scheppende deelname met de zaken van het leven om te gaan.