Voordracht van Heinz Grill
Te Ieper in de stadsschouwburg,
19 november 1997
Vertaling: Rudy Vancoillie
Het is de eerste keer, dat ik hier een voordracht in Vlaanderen geef en ik zou graag in uw taal spreken, maar jammer genoeg kan ik deze taal niet spreken.
We hebben ons voor deze avond het thema van de depressie en algemeen het thema van de angst voorgenomen, dat we eerst eens als beeld willen belichten, opdat we een voorstelling daarover verkrijgen, waarover het in daadwerkelijke vorm gaat met de angst. De voorstelling, die we over de angst verkrijgen, kan misschien een eerste moeilijkheid zijn, want ze vereist een bepaalde mentale en levendige activiteit, opdat we een beeld daarover werkelijk scheppen. Ik wil echter dit beeld zo eenvoudig mogelijk en niet met medische begrippen bezetten, maar zoals voor leken beschrijven, opdat we werkelijk een reële voorstelling of een realiteitsgewaarworden daarover verkrijgen, hoe de angst een levensbegeleider, een wegbegeleider door het gehele leven is, en hoe de depressie in ons allemaal wel tot een bepaalde graad latent voorhanden is en op bepaalde dagen of op bepaalde tijdstippen heel bijzonder aan de oppervlakte komt.
De angst is een wegbeleider en deze angst komt op bepaalde dagen misschien heel bijzonder aan de oppervlakte of ze kan ons misschien in bepaalde perioden met een depressieve stemming of met een angstige stemming begeleiden. Wanneer ik deze avond over de depressie hoofdzakelijk spreek, dan bedoel ik daarmee niet de heel zware depressies, die een klinische behandeling of direct een kliniekopname vereisen, maar ik bedoel meer die vormen, die ons dagelijks begeleiden of in bepaalde conflictsituaties heel bijzonder overvallen. Een depressie is ervoor bekend dat ze deels direct gedurende de nacht of aan de volgende morgen zichtbaar optreedt en voor een bepaalde tijd het leven met haar zware gevoelswereld, met haar zware vermoeidheid begeleidt. De depressie kan echter in sommige gevallen tevens steeds in een bepaalde latentie voorhanden zijn en ze kan misschien bij menige zwaardere conflictfasen van het leven meer te voorschijn komen en dan weer meer onder de oppervlakte verdwijnen. Bij het aanschouwen van deze vorm van de angst, die meestal een min of meer chronisch verloop met zich brengt, wordt het duidelijk, dat deze angst in ons steeds voor een bepaalde graad voorhanden is en juist op bepaalde tijdstippen heel bijzonder te voorschijn komt of in het bewustzijn komt.
Nemen we misschien een klein voorbeeld, hoe deze zwaarmoedigheid ons leven op een meer latente wijze begeleidt. Hierbij vraag ik u echter, dat u niet schrikt, wanneer ik zo een voorbeeld neem, want we zullen ons bij het ene of het andere voorbeeld daarmee steeds weer zelf ontdekken of zelf direct betrappen. Een bepaalde levensonlust kenmerkt het wezen van de depressie. Deze levensonlust maakt zich meestal in min of meer duidelijke zware gevoelens zichtbaar. Deze zwaartegevoelens kenmerken deels het lichaam en kenmerken ook het gehele gedrag in de psyche. Bekijken we eens onze houding hoe ze dikwijls in de wervelkolom ingezakt is, dan bemerken we daarmee een aard individuele zwakte of misschien eenvoudigst uitgedrukt een soort houdingszwakte, die bijna ieder mens heden ten dage kenmerkt. Diegene, die tot een depressief gemoed neigt, die wil zich steeds graag steunen, bijvoorbeeld wanneer hij aan de tafel zit, moet hij zich steunen, daar de wervelkolom niet zo goed de kracht voortbrengt.
Er bestaat een tegenbeeld tot deze zogenaamde zwaarmoedigheid of depressie, tot deze zware gevoelens, tot deze neerdrukkende gevoelens en dat is de manie. De manie toont zich in een overdreven gevoelsleven, in een bestendig expansief naar buiten gaan en in een soort onrust en slapeloosheid. Deze manie is niet een natuurlijk opgericht-zijn, maar een heftig overdreven opgericht-zijn dat aan een overbruisende kracht herinnert. De depressie heeft misschien als een van de belangrijkste symptomen de vermoeidheid, de slaperigheid, de krachtloosheid, het gebrek aan energie en een ontbrekend zelfvertrouwen als kenmerk. De manie toont zich in het tegenbeeld en dat is het overdreven-zijn, de onrust, de slapeloosheid en een ongelofelijke portie energie.
We kunnen eens een verder klein beeld hier gebruiken, opdat we een begrip vinden, van waar deze angst komt. De angst schijnt ons op bepaalde uren, dagen of in bepaalde omstandigheden plotseling te grijpen. De angst kan, wanneer ik een begrip hier inbreng, als een wezen beschreven worden, als een onrustig of de psyche bezettend wezen beschreven worden. Dit wezen schijnt plotseling naderbij te komen, of het schijnt vanuit een binnenruimte, wanneer we het duidelijker bekijken, op te duiken. Dit kleine voorbeeld kan ons misschien een verduidelijking geven, van waar deze angst opduikt. Nemen we eens aan, we gaan naar de arts. Bij de arts verkrijgen we een verrassende diagnose zoals bijvoorbeeld, dat we kanker hebben. Het is in de geneeskunde bekend, dat zo een diagnose een ziekte tot 200 of 300% direct verslechtert. De verslechtering treedt in de regel op, daar dit wezen van de angst uit ons, uit onze orgaanwereld vrijgezet wordt.
Dit begrip, dat ik hier beschrijf, wil ik eens verduidelijken; 'het wezen wordt uit de orgaanwereld vrijgezet'. Hoe kan daar plotseling uit deze innerlijke wereld, bijvoorbeeld uit de lever of uit een innerlijk orgaan iets vrijgezet worden, dat in een normale toestand niet vrijgezet is? Een orgaan is steeds een drager van een zielsgeestelijke kracht. Voor de depressie is op de eerste plaats de lever verantwoordelijk of de oorzaak. De lever wordt echter in medisch opzicht niet ziek. We zouden deze lever meer vanuit een geestelijk gezichtspunt kunnen leren bekijken en daarmee de pathologie of de ziekte in dit orgaan vaststellen. De lever is bij de depressie tevens bij het zogenaamde element van het water ingedeeld. Het water heeft een zeer belangrijke fysiologische betekenis en het water bestemt grotendeels de gehele stroom van sappen. Wanneer deze stroom van sappen begint te stagneren of te zwaar wordt, dan ontwikkelen zich automatisch uit deze stroom van sappen zwaartegevoelens naar binnen in de psyche. Deze zwaartegevoelens, die we bemerken, zijn echter oorzakelijk niet enkel aan de sappen te wijten, maar aan de lever, die zich plotseling uit de gehele fysiologische, meer geestelijk-fysiologische samenhang echter eruit neemt.
We kunnen ons een orgaan zo voorstellen, dat het steeds een bepaald geestelijk beschermend omhulsel draagt, gelijkaardig als de vrucht een huid draagt, een fysische huid of als het lichaam een fysische huid als beschermende mantel draagt. Door een schokkerende diagnose of door een diagnosebelasting, door een oordeel of door een bepaalde zeer negatief ons voorkomende beslissing ontstaat een substantie-verlies binnen deze beschermende laag, binnen deze geestelijke beschermende laag, en het orgaan ligt plotseling als braak. Het is zo, alsof we fysisch gezien plotseling de huid op de een of andere plaats van het lichaam verliezen. Alstublieft stelt u zich het beeld echter enkel geestelijk voor, want het is fysiologisch vanuit de geneeskunde in de regel niet aantoonbaar. Deze beschermende laag, die om het orgaan gekleed is, mag ongeveer, er bestaan meerdere substanties, maar het is een soort van kiezelzuurmantel, die onzichtbaar is en die enkel voor het geestelijk oog zichtbaar is.
Wanneer zo een orgaan, en de nieren kunnen bijvoorbeeld daardoor getroffen zijn, dan hebben we het met een andere vorm van angst te doen, of de longen kunnen getroffen zijn, dan is het weer een andere vorm van angst, bij de lever is het in ieder geval de klassieke depressie, de klassieke zwaarmoedigheid, de levensonlust. Het zonder bescherming zijn van een orgaan geeft een bijzondere gevoeligheid gelijkaardig alsof een wonde in het lichaam zou bestaan. Deze wonde kan diegene, die zich in de depressie bevindt heel bijzonder als een gevoeligheid tegenover bijzondere invloeden speuren.
Daarmee is nu echter enkel eens het meer belastende teken in een vorm van een beeld aangetoond. Met de depressie is juist het belastende beeld gegeven, dat we een soort van wonde in ons dragen en daarmee krachten, energieën, die we zinvoller in het leven zouden kunnen inzetten, nu bestendig in een verkeerde richting moeten leiden. Zoals een wonde steeds kracht kost en de kracht in het eigen midden centreert, zo is het met de depressie, die als een innerlijk uitgehold-zijn is, als een innerlijk leeg zijn en zodoende alle krachten, alle mentale en verdere energieën, die we voor het leven zouden moeten gebruiken, naar binnen in dit midden centreert. Deze energieën stromen daarom steeds naar binnen in dat zorgen-kleed of in die zorgen-bron, die in ons verder tot een zwaarmoedigheid en verder tot een wilsverlamming bijdraagt. Met de depressie zijn we daarom meer dan bij ieder andere ziekte op onszelf teruggewezen of direct teruggeworpen. We kunnen daarom geen vreugde meer aan de buitenwereld ervaren, omdat deze bron van zorgen in ons tot een wilsverlamming wordt en ons in een bestendige cirkelende beweging om onszelf leidt. Hier mogen we werkelijk van een vicieuze kringloop spreken. Dit is nu echter enkel de negatieve zijde, die ons in het gemoed met deze zwaarte belast. Er bestaat met de depressie zoals bij alle dingen, die ons negatief aandoen ook een zeer positieve zijde. Deze positieve zijde zou nu in de verdere uiteenzettingen meer inachtneming moeten verkrijgen.
Er moeten ook enkele oefeningen door mij getoond worden, opdat we een voorstelling verkrijgen, hoe we met bepaalde zwaarmoedige fasen in het leven misschien beter overweg kunnen. Vooraf is het echter nog eens noodzakelijk, deze depressie wat haar zinnebeeld betreft iets nader te belichten en daarmee iets duidelijker in een ziels-geestelijk wordingsproces te onderzoeken. Het leven van ieder individu volgt een innerlijke ziels-geestelijke ontwikkeling en deze ziels-geestelijke ontwikkeling behoeft bepaalde conflictsituaties, om te kunnen groeien. In de depressie hebben we een enorm zware conflictsituatie uit die we zelf dikwijls zeer moeilijk kunnen ontsnappen. Normaal is de wil in de depressie steeds met een goede bedoeling tot de wereld gericht, deze wil is echter door vreemde krachten zo in het lichaam ingesnoerd, dat hij niet tot ontplooiing kan komen. Het hoofd schijnt werkelijk als naar beneden gevallen te zijn in het lichaam en de schouders schijnen zich in de depressie meer omhoog te richten en dit hoofd werkelijk in te pakken. Dit beeld van de lichaamshouding, wanneer we het observeren, het moet niet steeds precies in deze karakteristieke vorm voortkomen, maar wanneer we het beeld observeren van deze lichaamshouding dan bemerken we steeds dat de wil werkelijk uit zichzelf naar buiten wil en niet naar buiten kan. Deze wil schijnt in een verkeerde richting geleid te zijn.
Een depressie heeft steeds een heel typisch beeld, dit beeld uit zich in een sterke gevoelsbinding of in een sterke innerlijke symbiose tot bepaalde levenskwaliteiten of levensidealen. Het levensideaal is geheel naar het leven gericht in de vorm van een, om het begrip te gebruiken, meer naar een stijging van de levenskwaliteit of naar een vasthouden aan het leven. De zin van het leven ligt echter niet daarin, dat we het leven vasthouden en een heel bijzondere vorm van levensgenot voor ons vinden, maar het ligt in een bestendig groeiproces tot een grotere vrijheid in de zin van het individuele of unieke leven. De uniciteit van het leven, moet tot een wijdte, tot een vrijheid, tot een groter overzicht, tot een grotere kracht in de gehele zielswereld leiden. In de depressie neigt het gemoed echter tot een vastkleven aan, in de meest algemene zin gesproken, aan sterfelijke levenskwaliteiten.
Dit ziet er in de religie bijvoorbeeld als volgt uit: we ontwikkelen niet meer een scheppende relatie tot god, een relatie tot God, die op inzicht berust, maar we ontwikkelen een verwachtingshouding, tot dat, wat we God noemen. De verwachtingshouding komt echter overeen met een meer egoïstische zin en een nemen of misschien anders uitgedrukt, ze zou met een terugkeer tot de moederbinding overeenkomen. De herontdekking van een moederbinding of de afhankelijkheid in de vorm van verwachtingen en een meer nemende hebben-oriëntering is echter niet de zin van de religie. De religie vereist van ons niet een passieve relatie en niet een verwachtingshouding voor de sterfelijke zin, maar ze vereist een actieve relatie en een scheppend zich bezighouden met de hoge en grotere waarheden van het bestaan. Deze scheppende relatie is echter een moeilijke activiteit en ze behoeft een zorgvuldige ontplooiing. Zoals onze tijd door consumptie gekenmerkt is, zo kenmerkt de religie zich tegenwoordig ook door consumerende vormen. Ik weet niet, hoe het hier in België is, maar bij ons in Beieren is het zo, dat we dikwijls met Christus of met de hoge heilige namen een betere levenskwaliteit voor ons sterfelijke heil afsmeken.
Wanneer een depressie intreedt, dan is steeds reeds een soort keerpunt in het leven bereikt. De gevoelens, die we bij een depressie hebben, zijn enerzijds van de belastende zwaarmoedigheid, van de pijn en de droefheid gekenmerkt. Ze zijn echter verder ook door een heel onmerkelijke glans reeds begeleid, die ons zegt, dat we een bepaald afscheid moeten nemen van oude gevoelens, van opvoedingspatronen, van vertrouwde conventionele indrukken en ons voor het leven op een nieuwe wijze en ook hogere en idealere wijze in relatie moeten brengen. De depressie kenmerkt eigenlijk in alle gevallen altijd een keerpunt, dit keerpunt kan echter niet altijd in een positieve zin benut worden, daar dikwijls de krachten in de individualiteit nog te zwak aangelegd zijn en daarmee de depressie misschien over een langere tijd nog de overhand behoudt. Wanneer we echter de depressie niet enkel als een belastende zwaarte met een klagend gevoel en een droefheid over ons leven zien en we ons vooral over zorgen of onrechtvaardigheden niet te lang treuren, dan kunnen we langzaam op individuele wijze leren, dat we die krachten die anders steeds in de wonde van het lichaam naar binnen stromen op een scheppende wijze benutten.
Een klein voorbeeld wil ik nog eens aanbrengen hoe de religie rechtstreeks
een depressie kan voortbrengen, respectievelijk hoe de religie tot de situatie
van de depressie gemakkelijk neigt. Nemen we eens het kleine voorbeeld
als beeld en maken we daarmee enkel de voorstelling, het beeld eigen. Stellen
we ons voor dit kleine rozenbottelstruikje is een grootse ideale persoonlijkheid,
nemen we aan het is een heilige, stellen we ons dit enkel eens voor. En
nu, ik moet spijtig genoeg zo een object nemen (een steen) die het niet
helemaal waardig is, maar stellen we ons dit enkel eens voor met het merkteken
van dit object, dat is onze individualiteit. Deze individualiteit zoekt
een relatie tot, zeggen we Christus, of wanneer we een stapje terug treden,
tot een heilige. Deze relatie is in de regel bij iemand die een volkomen,
in alle vormen atheïst is, een relatie waar hij zich groter maakt
als het heilige ideaal. Zolang deze individualiteit groter is dan de hoogste
idealen van de wereldleraars en van de grote heiligen, zolang zal deze
geen depressie verkrijgen. De moeilijkheid treedt in de regel dan op, wanneer
deze individualiteit die grootsheid van het ideaal vermoedt. Dan zal deze
persoon zich tot dit ideaal meer onderdanig verhouden. Door deze vorm van
overgave en door een bepaald klein worden in de persoonlijkheid, ontstaat
al te gemakkelijk de situatie van een soort passief voelen. Dit passief
voelen leidt hiermee ook tot een ontbrekende scheppende ontwikkeling naar
het ideaal toe. De individualiteit neigt tot zelfopgave. Deze zelfopgave
predestineert hiermee tot een vrij worden van de orgaan-straalkrachten
of tot een verbreken van de beschermende lagen in de organen. Het is echter
bijna steeds zo dat we in de loop van een leven bepaalde depressies moeten
verkrijgen en van een trots die we ons misschien geschapen hebben eens
heel diep naar beneden moeten gaan zodat een ziels-geestelijke ontwikkeling
in ons kan werken. Een vergissing zouden we in ieder geval niet mogen maken
en dit is die vergissing dat wij eens voor het groter ideaal gaan en dan
weer heel onderdanig achter het groter ideaal gaan. De relatie tot God
of tot hoge persoonlijkheden, tot heilige teksten, zou altijd door een
individualiteit geleid moeten zijn. Deze individualiteit bewaart zich door
een zogenaamd scheppend in relatie treden. Dit scheppend in relatie treden
schijnt echter in onze tijd iets zeer moeilijk te zijn, daar we een zeer
moeilijke toegang tot onze eigen scheppende krachten hebben. Dit zien we
daaraan dat we gemakkelijker een zaak benutten dan een zaak scheppend doorgronden.
Aan de hand van yoga of meditatie zouden deze dingen eens op het einde
nog naar voren gebracht moeten worden.
Voor de genezing van de depressie, voor het grensoverschrijden over
deze belastende factoren zijn enkele punten belangrijk. Deze punten kunnen
hier nu echter niet eenvoudig zomaar als een schema opgesomd worden. Er
bestaan drie verschillende niveaus hoe we met een ziekte kunnen omgaan.
Zeker bestaan er meerdere verschillende niveaus of zeker bestaan er meerdere
mogelijkheden met een ziekte om te gaan, maar deze drie zouden eens enkel
centraal hier door mij uitgewerkt moeten worden. We kunnen bijvoorbeeld
bij een depressie antidepressiva nemen of op lange tijd lithiumzouten of
de meest verscheidene stemmingsopvrolijkende middelen. We kunnen de depressie
daarmee zo stil als mogelijk houden opdat ze zo weinig mogelijk in het
bewustzijn komt. Dit is echter meer de materiëlere vorm van omgaan
met de ziekte. Ze kan misschien in bepaalde gevallen noodzakelijk zijn.
Ze zou echter vermeden moeten worden, wanneer ze vermeden kan worden. In
de depressie zijn we opgeroepen tot dit scheppend relatieniveau of tot
deze meer activering van onze eigen individualiteit en ons eigen individueel
potentieel.
De natuurgeneeskunde gaat normaal met de depressie wat anders om. Ze geeft volgens verscheidene richtingen, er zijn zeer veel richtingen, bepaalde medicamenten die het innerlijke werken van krachten zouden moeten opwekken. Het medicament mag niet afdoden maar het moet energieën in de juiste richting opbouwen. Of het medicament moet tot een soort van uitdaging voor het organisme, voor het lichaam worden, opdat de wilskracht van binnenuit, van het lichaam uitgaand kan stijgen. Bijvoorbeeld geeft een bepaalde soort van natuurgeneeskunde een medicament dat uit tin en paardebloem opgebouwd is. Het tin heeft een heel bijzondere saamhorigheid tot de lever en geeft het organisme weer een mogelijkheid tot sterkere, mentale vrijere activering. Er bestaan nog een hele reeks van medicamenten die hier echter nu niet opgesomd moeten worden, want het wezenlijkste voor de therapie of voor de zelfopvoeding bij de depressie is het scheppend actief worden.
In de depressie zijn we in een vicieuze cirkel in onze eigen zorgen en in onze eigen zware gedachten teruggewezen. We voelen ons ongeveer zo alsof we in een moeras tot aan de hals of tot over de oren misschien verzonken zouden zijn. Dit verzinken maakt iedere beweging moeilijk. Heel bijzonder moeilijk wordt ook het denken. In de depressie zijn we heel dikwijls onbekwaam een langere fase van een gedachte of een langere zin in het geheugen te construeren of te onthouden. De depressie beschrijft in ieder geval ook een mentale verlamming. We zijn verzonken met ons hoofd in het waterorganisme of in de lever of anders uitgedrukt de lever neemt ons met haar gehele straalkrachten tot over de hersenen heen gevangen. Nu zijn we op onszelf teruggeworpen en niets is voor de therapie belangrijker dan een wegkomen van onszelf en onze eigen zorgen. We moeten in deze ziekte direct dit doen dat we het allerminst kunnen en misschien ook het allerminst willen. Bekijken we echter met wat vrolijkheid en wat ironie het leven, misschien in bepaalde fasen die reeds langer voorbij zijn terug, dan zullen we juist die fasen die ons misschien het moeilijkst aangekomen zijn en het meest ongewone inzet gekost hebben, als de aller waardevolste voorkomen. De grootste spanningen of de grootste wilsvereisten brachten misschien ook de sterkste innerlijke rijpe gevoelens voort. In de depressie en dit geldt algemeen voor alle conflictsituaties zijn we daarom tot een derde manier opgeroepen die nog boven de natuurgeneeskunde uit gaat, en dit is het grensoverschrijden van onszelf. Zolang we om de eigen zorgen draaien, zolang zullen we de wonde in het lichaam voeden. Er kan geen natuurlijke beschermende laag over de innerlijke organen opgebouwd worden wanneer we deze organen bestendig met zorgen, jammergevoelens en eigen verwachtingshoudingen belasten. Een grensoverschrijden van onszelf naar een ander interessegebied toe is noodzakelijk. Het kan zijn dat wij heel goede ervaringen met een psychotherapie kunnen verkrijgen, om echter aan de ziels-geestelijke ontwikkeling in het meest innerlijke opstijgen te voldoen moeten wij uit een bepaald vastkleven wegkomen en nieuwe mogelijkheden in het leven doorgronden. We mogen ons niet enkel om onszelf en om deze gevoelens die in ons zijn bekommeren, maar we moeten nieuwe interesses of grotere mogelijkheden uit een scheppende activiteit leren aangaan. Dit kan zeer moeilijk zijn en dat kan misschien ook in een bepaalde zin niet met ons gevoel overeenkomen. Denken we echter eens daaraan hoe de depressie zich aanvoelt en hoe zich het gevoel van het jammeren, dat zo een uitdrukkingsgevoel van een depressie is, zich aanvoelt. Het jammeren is steeds een uitdrukking van het willen-hebben. Wanneer nu een therapeut of een leraar of een of andere persoon van buiten af tot ons zegt: stop eindelijk eens met jouw jammeren en met je eigen gevoelens, we willen nu een grotere actie beginnen, dan kan het zeer gemakkelijk zijn dat we droevig daarover zijn, omdat we het gevoel in ons lichaam dat uit de lever straalt en de wens die daarmee verbonden is ook vasthouden. Het is echter de beste therapie wanneer we ze met enigszins wat aanvoelingsvermogen kunnen beginnen dat we werkelijk een activiteit beginnen die niets met onszelf van doen heeft.
Dit kan weer aan de hand van enkele kleine voorbeelden geschetst worden. Hiertoe is de wijze hoe de yoga in zijn praktijk en in zijn aanschouwing werkt een zeer goede richtingwijzer. In de yoga spreken we van een centrum dat voor de meditatie heel bijzonder ontsloten of ontwikkeld moet worden. Dit centrum, ajna-cakra, zo wordt het genoemd, bevindt zich tussen de wenkbrauwen en wordt het derde oog genoemd. Het komt fysiologisch gezien met de hypofyse overeen die een hormoonklier in het hoofdgebied vormt. Dit centrum in het midden van het hoofd of aan het voorhoofd is het centrum waarvan de scheppende gedachtenvorming uitgaat zoals de yoga het beschrijft. Deze scheppende gedachtenvorming wordt meer bij de mentaliteit ingedeeld, terwijl we de gevoelens heel natuurlijk bij het hartgebied indelen. Bij de depressie is het bijna steeds het geval dat dit zesde centrum of ajna-cakra of derde oog, dit voorhoofd, dit centrum in het voorhoofd niet goed ontplooid is. Daardoor lijkt het hoofd naar binnen te storten in het hart of nog dieper tot in de innerlijke organen. Dit centrum toont de scheppende gedachtenvorming en is een zinnebeeld ook voor de yoga van het inzicht. Hier moeten we een soort van gedachtentoewending, gedachtenontwikkeling en uiteindelijk een gedachtenmedellering ontwikkelen. Deze aard van gedachtenmodellering kan misschien een bekwaamheid zijn die bijna kunstzinnig aandoet. In het beeld van de depressie denken we echter niet objectief en wijd en plastificeren ook de gedachten niet echt. We draaien in de depressie altijd in de maalstroom van de eigen voorstellingen en de eigen zorgen. De gevoelens zijn over de mentaliteit gestolpt.
Dat kunnen we ons ongeveer zo voorstellen, we hebben drie krachten en deze drie krachten zijn eens het denken, dan het voelen en als het derde de wil. Dit denken is in het hoofd, voornamelijk in het zesde of ajna-cakra gelokaliseerd, het voelen is meer in het midden dat betekent in het gebied van het hart, dat ook ongeveer het midden van ons lichaam inneemt gelokaliseerd, en de wil is meer in de ledematen en in de buikruimte, in de actieve warmte vormende stofwisselingsorganen gelokaliseerd. In de depressie is deze mentaliteit in de een of andere vorm verzwakt of van de andere krachten overheerst. In natuurlijke vorm of in een gezond opzicht zou het denken, het voelen en de wil in een harmoniseer tot elkaar staan. Dit natuurlijk harmoniseert functioneert echter in de regel altijd autonoom. We gaan bijvoorbeeld langs de zee en bekijken het landschap en de zee. We observeren hierbij ons eigen denken niet en we observeren ook in de regel ons eigen gevoelsleven niet. En zeker observeren we ook onze eigen stappen niet en denken niet met onze benen mee. In de depressie komt echter dat significante kenmerk te voorschijn dat we plotseling steeds fijngevoeliger tegenover onszelf worden en het bewustzijn op een meer verkeerde plaats ontwaakt. Het autonome samenspel van het denken, het voelen en de wil wordt plotseling gestoord. Daar het gestoord is moeten wij tot een verdere genezing en ook gelijktijdig ziels-geestelijke vooruitgang, deze gestoorde wezensdelen op een hogere plaats weer tezamen voegen. Zo is het een bepaalde yoga die we moeten opbrengen of een soort van zelfopvoeding die we moeten verrichten. Het bewustzijn begint pas eens door een pijn, door een conflict of door pijnlijke gevoelens te ontwaken. En het brengt ons pijnlijke gevoelens die ons uiteindelijk echter tot een rijpere persoonlijkheid willen leiden. Wanneer het begrip yoga hier gebruikt wordt dan wordt hij niet enkel in de zin van lichaamsoefeningen begrepen, maar hij wordt begrepen als een begrip die tot disciplinering, tot meesterschap en tot leiding van het leven leidt. Het gehele leven mogen we daarom als een bepaalde latente yoga beschrijven. We moeten onszelf altijd weer overwinnen en moeten vooral uit een autonoom gestuurd-zijn tot een bewuster gestuurd-zijn komen. We zijn niet machines of mensen die enkel volgens instincten zoals dieren functioneren, we zijn mensen en de kroon van het mens-zijn is de vrijheid, die zich in een individuele uniciteit toont en in een rijp niet autonoom functionerend denken, maar in een scheppend denken, alsook in een vrij creatief voelen of tenminste in een rein niet projectief voelen en ook in een wilskracht die niet vernietigend werkt, maar een wilskracht die het leven met warmte, ja uiteindelijk in de veredeling van de wil met liefde werkt. De liefde is niet een autonoom gevoel, noch een gevoel van het hebben, ze is een gave uiteindelijk een genadegave, die ons door de reinheid van de wil of de reinheid van het leven langzaam ten deel wordt. In het algemeen in eenvoudigste zin gesproken moeten we steeds weer onszelf in lagere of autonome vormen van het leven overwinnen en scheppende gedachten, scheppende gewaarwordingen ontwikkelen, opdat we uiteindelijk in het leven tot de rijpheid van een rein zelfbewustzijn komen. De depressie kan in deze zin ook een hulp zijn. Een depressie maakt ons het leven in het lichaam en in onszelf tot een oneindige moeite, de depressie vernietigt het welbehagen in het lichaam en maant ons heimelijk aan naar grotere of nieuwe mogelijkheden te kijken.
Nemen we hier weer een klein voorbeeld opdat we deze scheppende gedachtenvorming nog praktischer begrijpen. Het begrip is zeer gemakkelijk uitgesproken maar hij is zeer moeilijk in de praktijk realiseerbaar. Mag ik u tot een heel kleine oefening oproepen die geen grote rekking vraagt. Het is zinvoller wanneer we de dingen direct rechtstreeks aanschouwen en de moeilijkheid van de zaak leren kennen, want dan kunnen we ze beter bemerken. We begrijpen gemakkelijker het begrip van de scheppende gedachtenvorming wanneer we hem eens direct zelf bij ons in de praktijk testen. Mag ik u daartoe oproepen, wanneer u het niet wil doen dan doet u niet mee, maar mag ik u daartoe oproepen dat u enkel eens recht, helemaal recht zit zonder te leunen. Er is zeker geen gevaar daarmee verbonden. En nemen we nu een gedachte of een zogenoemde, nemen we ons voor één minuut een meditatie voor. We willen over het zogenaamde Ik of het zogenaamde Zelf, dat ook de kern van het zelfbewustzijn uitbeeldt, het Zelf, Atman, beschrijft de Indiër het, over dit willen we heel kort enkel gedurende één minuut mediteren. Er is geen gevaar daarmee verbonden, we kunnen de ogen open laten of sluiten dat is om het even. Maar verblijven we eens voor een heel korte fase en mediteren we over het zogenaamde Zelf of we kunnen het ook met Ik beschrijven, het Zelf, Atman, voor een korte tijd.
Stille meditatie.
Ja, dank u wel. Nu willen we de zaak in een onderscheiding eens heel kort belichten. We zullen een tweede keer deze soort van meditatie beoefenen, maar deze keer zal ik enkele gedachten daartoe nog formuleren. Mag ik u nog eens vragen dat u een zithouding, die voor u mogelijk is, aanneemt. We kunnen nog eens deze praktische vergelijkende oefening nemen en richten we wederom de opmerkzaamheid op dit Zelf. Ofwel met gesloten ogen of wat mij betreft met open ogen.
Geleide meditatie met volgende vraagstellingen:
En stellen we ons gelijktijdig nu daarmee de vraag: is dit Zelf het
lichaam? (stilte)
Stellen we ons verder de vraag: is dit Zelf in het lichaam of is het
ook buiten het lichaam? (stilte)
Stellen we ons een derde vraag: heeft dit Zelf een aanraking tot ons
denken en onze gevoelens of is het ook vrij daarvan. (stilte)
Ja, laten we hiermee de oefening weer rusten, de tijd is natuurlijk
nu te kort opdat we hier concreet daarover nadenken.
Wanneer we echter bij de meditatie deze vragen erbij nemen, en scheppend actief daarover nadenken, en een onderscheidingsvorming daarmee op gang brengen, dan ontwikkelen we daarmee sterker het middelpunt in het hoofd of in het mentale centrum. Misschien kan het nu plotseling als een komend intellectualisme verschijnen. Hoe concreter echter de opmerkzaamheid op zulke vragen gericht wordt, des te meer ontwikkelen we een denken dat we niet als intellectualisme mogen beschrijven, maar we ontwikkelen een denken die meer in de materie kan indringen. We denken bijvoorbeeld daarover na of het Zelf, dat het doel van een soort Indische meditatie beschrijft, werkelijk met het lichaam identiek is. Verder lezen we bepaalde teksten of inspiraties over dit Zelf of over dit verborgen Atman en ontwikkelen daardoor een onderscheidende zin. Door deze wijze van zich bezighouden ontstaat met de tijd pas het middelpunt in het hoofd of in het energiecentrum dat ajna-cakra genoemd wordt. Dit ajna-cakra moet eerst eens aangelegd worden daar we het anders zeer moeilijk met de meditatie hebben. Daarom moeten we van zulke meditaties die dit mentale wakkersein en de mentale onderscheidingsontwikkeling niet in zich dragen bij depressies onvoorwaardelijk afstand nemen. Het is bij de genezing van een depressie of bij conflictsituaties zeer belangrijk dat wij ons meer deze scheppende gedachtenvorming eigen maken. We zinken anders in de meditaties enkel in een gevoelsmatige eigen toestand terug en mediteren niet werkelijk.
Een verdere zeer belangrijke voorstelling is het zogenaamde gebed. De depressie is steeds door een bepaald om zichzelf draaien gekenmerkt. In de depressie mogen we niet passief vraaggebeden spreken en van God verwachten. We moeten ons zoveel mogelijk om een inzicht tot dit wat God is inspannen. We mogen principieel niet van iemand verwachten dat hij ons uit deze benauwdheid die de depressie of de angst geeft helpt. Tenminste mogen we dit niet van de religie verwachten of van yoga of van meditatie verwachten.
Afsluitend wil ik nog eens heel kort enkele oefeningen demonstreren opdat u het verschil misschien ziet van wat passiviteit en verwachtingshouding kan zijn en wat de scheppende zijde van de activiteit uitbeeldt. Nemen we eens het voorbeeld van de meditatiehouding, ik doe deze dingen nu ook overdreven. De meditatiehouding in de depressie neigt tot een terugzinken in het eigen innerlijk leven of het organisch innerlijk. Het beeld ziet er ongeveer zo uit. Het is wat overdreven uitgebeeld maar wanneer we het beeld zo ongeveer zien, erkennen we misschien ook het verschil.
(Demonstratie wegzinkende meditatie, hoofd beweegt en draait heen en weer)
Ongeveer zo is het beeld dat zich aanvoelt alsof een slapend omhulsel over de mediterende gekleed is. Het beeld van het inzicht en het beeld van de werkelijke meditatie heeft niet dit omhulsel over zich heen maar het straalt van binnen of het straalt in een bepaald licht. Wanneer ik het eens heel kort mag aanduiden dan werkt het enerzijds teruggeweken en tegelijkertijd wakker. En dit werkt ongeveer zo.
(Demonstratie van een wakkere, heldere meditatiehouding)
Er stroomt een energie direct van binnenuit heel subtiel lichtbrengend uit het lichaam. De meditatie kunnen we daarom eens wat het beeld en de uitdrukking betreft leren studeren en hierbij een onderscheidende zin ontwikkelen en deze zaken leren kennen.
Nog één of twee lichaamsoefeningen kan ik u heel kort voor zover de mogelijkheid hier voldoende is tonen en ook het verschil aanduiden. Het is iets heel ongewoon hier in een theater yoga-asanas te beoefenen.
Het is de yoga-oefening, de driehoek. (trikon-asana)
De driehoek is gekenmerkt door dit midden (de zonnevlecht in het midden
van de romp) en dit centrum (manipura-cakra of derde energiecentrum) is
bij de angst meestal ingesnoerd, het is het centrum van de natuurlijke
wijdte en een natuurlijke substantiekracht.
(Demonstratie van de driehoekshouding; met een duidelijke voorstelling, overzicht en zichtbare wijdte en lichtheid in de uitdrukking)
In de depressie heeft de oefening een heel ander karakter, dit gebied beneden ontbreekt, en het hoofd lijkt zwaar te zijn, omdat het hoofdorganisme afgestort is in het lichaam, wil de wil uit zichzelf zonder hoofd werken. En de oefening zal er dan ongeveer zo uit zien.
(Demonstratie, schouders zijn wat opgetrokken, er is weinig voorstellingskracht en overzicht, alsook geen wijdte in de uitdrukking van de beweging)
Het verschil ligt vooral daarin dat de mentale helderheid, het wakkersein niet voorhanden is. We willen de oefening vanuit de wil uitvoeren maar hebben eigenlijk geen voorstelling van de oefening.
Ik kan de oefening nog eens anders tonen. Zo zien we de beide voorbeelden nog eens op een andere manier. Wanneer er een voorstelling bestaat is er meer wijdte en het lichaam blijft vrijer. (Demonstratie gedraaide driehoekshouding) Het lichaam is meer onaangetast. Wanneer er een wonde in het lichaam bestaat, dan moeten we met de oefeningen voorzichtig zijn want het kan gebeuren dat we deze wonde stimuleren of voeden. We doen dan de oefening zo. (Demonstratie) We brengen het bewustzijn nog sterker in het lichaam naar binnen in plaats van naar buiten.
Het bewustzijn zou een grensoverschrijden moeten beleven of we zouden uit ons naar buiten moeten komen in de depressie en niet sterker aan onszelf vastkleven. Daarom is het op de algemene weg naar genezing van een depressie noodzakelijk dat we scheppende gedachten leren vormen en ons ten eerste met onderscheidingscriteria's bezig moeten houden voordat we direct met meditaties en oefeningen beginnen. In ieder geval om afsluitend dit tot een samenvatting te brengen zouden we niet yoga-oefeningen of meditatie of gebed mogen benutten opdat we uit de depressie of uit het conflict die ons betreft komen, maar we moeten een zo veel mogelijk concrete en duidelijke relatie tot de oefeningen opbouwen en ze daarmee meer in een zin van een natuurlijke schoonheid of natuurlijke relatierichting beoefenen. We zeggen in de regel steeds dat medicament heeft mij geholpen of we zeggen de yoga heeft me geholpen of deze vorm van meditatie heeft mij geholpen, het zou, wanneer we de scheppende basis inbrengen en ontplooien, zo zijn dat we moeten zeggen, de relatie die we tot de yoga opgebouwd hebben, die relatie die we tot de religie of de relatie die we tot een zaak opgebouwd hebben heeft ons geholpen. De hulp ligt daarom in een bepaalde zin in onszelf en toch moeten we dit in onszelf door een relatie naar buiten eerst ontwikkelen. Er wordt wanneer iemand zeer depressief is en enigszins nog in het stadium zich bevindt waar hij zichzelf kan helpen, steeds die raad gegeven dat hij iets moet studeren, zich om een onderscheiding moet bekommeren die hij nog niet ontwikkeld heeft. Hij moet afstand van zijn eigen gevoelens nemen en dagelijks overeenkomstig een dagconcept steeds weer dingen beoefenen en werken overeenkomstig met het inzicht die hij nog niet eigen gemaakt heeft. In het geheel is het dat wij de verwachtingshouding en de passieve vorm van een soort overgave door een scheppende activiteit overwinnen en daarmee ook bepaalde innerlijke gevoelens van troosteloosheid en vastkleven ook kunnen overwinnen. Door een innerlijke relatie kunnen we bepaalde gevoelens en bepaalde innerlijke troostloze stemmingen overwinnen, hoe meer we vooral deze wijze van inzicht en objectieve gedachtenvorming ontplooien.
Ja, met deze uiteenzettingen zal ik de voordracht hiermee beëindigen
en hoop dat het enigszins een beeld en enigszins een zin voor deze situatie
die ja toch min of meer de gehele mensheid omkleedt, geeft. Vooral hoop
ik dat de depressie niet enkel van de leedvolle zijde bekeken wordt, maar
ook als een mogelijkheid gezien wordt tot een nieuw begin of ook tot een
innerlijk levendiger actief worden in relatie tot grotere of idealere vragen
van het leven. Dan bedank ik mij bij u voor het luisteren en hoop dat u
zo ver met deze uiteenzettingen een goede hoop en een goed overweg kunnen
kan vinden. Ja, dan wil ik ook afscheid nemen en wens u een goed naar huis
komen en misschien ook een goede herinnering aan deze gedachten.